Pest protocol

Antipestprotocol of protocol tegen ongewenst gedrag
Informatie over (ons beleid tegen) pesten. Voor docenten, ouders en leerlingen.

Inleiding
De school draagt zorg voor een veilig schoolklimaat en streeft naar een basisveiligheid voor iedereen. Pesten is ongewenst gedrag omdat het de sociale veiligheid op school bedreigt. Het gaat daarbij zowel over de psychische-, sociale- als de fysieke veiligheid.

Pedagogisch beleid
Voor leerlingen is de school niet alleen de plek waar ze leren. Het is een plek waar zij leeftijdsgenoten ontmoeten en waar zij onderdeel uitmaken van de samenleving. Jongeren leren hier verschillende normen, waarden en omgangsvormen en hebben hier zelf ook invloed op. Leerlingen mogen hun grenzen ontdekken en leren respectvol met elkaar om te gaan. Iedereen wordt gezien, gewaardeerd en geaccepteerd zoals hij is.

Kernwaarden (visueel zichtbaar binnen de school)
- Veilig
Het Vakcollege is een veilige school.
- Respectvol
We gaan met respect met onszelf met elkaar en met spullen van anderen om.
- Toekomst en gezond leven
Op het Vakcollege werk je aan je toekomst zodat je op een zelfstandige en gezonde manier kunt leven. 
- Samen verantwoordelijk
School, leerlingen en ouders zorgen er samen voor dat iedere leerling zich goed kan ontwikkelen.

Wat is pesten?
Er is een verschil tussen plagen en pesten. Plagen mag, pesten niet. Het verschil tussen plagen en pesten is dat plagen voor allebei echt leuk is. De ene keer plaagt iemand jou, de andere keer plaag je terug. Je kunt er samen vrolijk om lachen.

Pestweb legt jongeren het verschil zo uit:
Pesten is een ander bewust hinderen of pijn doen.
Pesters pakken meestal één persoon.
Ze doen dat niet één keer, maar herhalen het vaak.
Ze zijn meestal sterker, met meer of ouder.
Het slachtoffer kan zich niet verdedigen en kan hetzelfde niet terugdoen.
De pesters en de omstanders kunnen er wel om lachen.
Maar degene die gepest wordt heeft er hinder, verdriet en pijn van.
Daarom mag plagen wel en pesten niet.
 
Pesten komt in allerlei vormen en gradaties voor.
Uitgegaan wordt van de meldingen en signalen die binnenkomen. Elk signaal wordt serieus genomen, iedere medewerker dient alert te reageren op pestgedrag en dient zelf voorbeeldgedrag te vertonen naar leerlingen.
Dit pestprotocol is van toepassing op pestgedrag in de school en op het schoolterrein.

Partijen bij het pesten
In het geval van pesten worden meerdere partijen betrokken: de gepeste leerling(en), de pestende leerling(en), de zwijgende middengroep, het personeel en de ouders.
Om het pesten zowel in preventieve zin als in curatieve zin aan te pakken is het nodig dat alle partijen betrokken worden bij de uitvoering van het beleid.

Preventieve aanpak
Overdracht school van herkomst – Vakcollege:
Voor de komst van de leerling op onze school worden eventuele bijzonderheden bij de intake van de leerling opgevraagd bij de basisschool en ouders. Dit wordt genoteerd in Magister van het Vakcollege.
In de introductieweek van de eerste klas wordt expliciet aandacht besteed aan het voorkomen van pestgedrag. Er wordt een pestcontract opgesteld en ondertekend door leerlingen en mentoren. Dit contract wordt gekopieerd en bewaard in het (klassen)dossier.
Op de eerste ouderavond van klas 1 wordt het fenomeen ‘pesten’ onder de aandacht gebracht van ouders. Hierin wordt besproken welke verantwoordelijkheden ouders en school hierin hebben. Onderdeel hiervan is het bespreken van het pestprotocol. 
In de mentorlessen door het jaar heen wordt aandacht besteed aan het omgaan met groepsdruk, samenwerken, het gebruik en misbruik maken van social media, het welbevinden van de individuele leerling en de groepssfeer.
In klas 2 en 3 wordt deze lijn doorgezet in een cyclus van mentorlessen. Hierin wordt aandacht besteed aan de groepssfeer en het welbevinden van de individuele leerling. De normen, waarden en omgangsvormen vormen hierin de basis. 
Door leerlingen en vakdocenten wordt een vragenlijst ingevuld over hoe de leerlingen de sfeer en veiligheid op school ervaren (veiligheidsmonitor). Aan de hand van de resultaten wordt in overleg tussen de mentor, afdelingsleider, de zorgcoördinator en de vertrouwenspersoon, indien nodig, actie ondernomen.
Tijdens de cyclische zoco- mentorbesprekingen worden alle leerlingen van de betreffende mentor doorgesproken m.b.v. Magister. Van hieruit volgen actieplannen waarvan ook de afdelingsleider op de hoogte wordt gesteld. Het zorgteam kan geraadpleegd worden vanuit dit overleg. 

Signalen van pesten
Als personeelsleden, ouders of medeleerlingen pestgedrag signaleren, dan brengen zij direct de mentor op de hoogte. De mentor zorgt ervoor dat deze signalen in Magister geregistreerd worden. Bij het opmerken van signalen (bijlage 1) nemen zij duidelijk stelling in tegen pesten. In bijlage 4 staan tips voor de ouders.

Indien de vertrouwenspersoon een melding van pesten ontvangt meldt hij deze ten alle tijden bij de zorgcoördinator.

Curatieve aanpak (bijlage 2)

Als er gepest wordt:
Wordt er zowel van de leerling, de medewerker en de ouders een proactieve houding verwacht. Dit betekent dat vermoedens van pesten actief worden besproken en aangepakt. Aanspreekpunten (docenten, mentoren, surveillanten) zijn zichtbaar en toegankelijk in de school aanwezig. Leerlingen en ouders worden door medewerkers gestimuleerd pestsignalen te melden. 

Wie onderneemt als eerste actie?
Afhankelijk van (acute) dreiging wordt het pestsignaal gemeld bij de mentor/ afdelingsleider/ zorgteam. De beschikbare gesprekspartner hoort alle betrokken partijen aan en stelt de mentor van de inhoud op de hoogte. Vervolgens maakt de mentor in samenspraak met leerling, ouders en evt. andere betrokkenen een plan van aanpak. Mentor draagt zorg voor een juiste uitvoering van het actieplan door alle betrokkenen. Evaluatie en bijstellen van het plan is hiervan onderdeel.  
School kan op elk moment in het proces de leerling en/of de meelopers die pest een sanctie opleggen.

Als het niet lukt om het pesten te stoppen? 
- Het pesten steekt steeds opnieuw de kop op. Dan kan de mentor en/ of afdelingsleider een verzoek tot extra ondersteuning bij de zorgcoördinator neerleggen.
Vanuit het zorgteam wordt iemand aan de mentor gekoppeld om grip op de situatie in de klas te krijgen en het sociale klimaat te herstellen.
Maatregelen n.a.v. pesten en ongewenst gedrag:
- Gesprekken aangaan met betrokkenen
- Gesprek in de klas (oude protocol)
- Omgeving op de hoogte is van genomen maatregelen zodat iedereen ziet wat consequenties zijn van pestgedrag. Leerelement voor iedereen vergroten. 
- Vierkantrooster
- Schorsing/ verwijdering
- Andere schoolkeuze
- Trainingen (Sova, weerbaarheid)
- Samenwerking met ouders
- Arrangementen vanuit het SWV (ET licht)
- Aangiftes 
- Bewaren en raadplegen van bewijsmateriaal (bijv. camerabeelden)
- Terugkoppeling van gezette acties door mentor naar alle betrokkenen en ouders. 

Cyberpesten
Voor aanpak zie bijlage 3.

Zorg en nazorg
Als kinderen ernstig sociaal-emotioneel beschadigd zijn door pestgedrag kunnen ze in gesprek gaan met een van onze begeleiders. Ook (mede)pesters zijn welkom als zij er voor hulp open staan.
De mentor zorgt voor een herstel van een evenwichtig klassenklimaat.

Registratie
Van een pestincident wordt door de mentor een verslag gemaakt in het logboek van de betrokken leerlingen in magister.

Monitoring
Hoe houden we zicht op pesten en een veilig schoolklimaat?
- Toezicht
- Tevredenheidsonderzoek (jaarlijks)
- Emovo-onderzoek GGD (jaarlijks)
- Scholen op de kaart

Informatiebronnen
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veilig-leren-en-werken-in-het-onderwijs
https://www.schoolenveiligheid.nl/
http://www.omo.nl/over-ons/beleid-en-reglementen/cDU505_Beleid-en-reglementen.aspx


Bijlagen

Bijlage 1: Wat kunnen signalen zijn van pesten
Bijlage 2: Het stappenplan na een melding van pesten
Bijlage 3: Cyberpesten
Bijlage 4: Wat ouders / verzorgers zelf kunnen doen
Bijlage 5: Schematisch overzicht